Buitenlampen met een sensor zijn handig: ze gaan vanzelf aan wanneer het nodig is. Maar er zijn twee soorten die vaak door elkaar worden gehaald: de bewegingssensor en de schemersensor. Op deze pagina lees je het verschil en welke je het beste kiest.
De bewegingssensor
Een bewegingssensor gaat aan zodra er beweging is en schakelt na een tijdje vanzelf weer uit. Loop je langs, dan springt de lamp aan; daarna gaat hij weer uit. Ideaal voor veiligheid en om energie te sparen, want de lamp brandt alleen als het nodig is.
De schemersensor
Een schemersensor kijkt naar het daglicht. Wordt het donker, dan gaat de lamp aan; wordt het licht, dan gaat hij uit. Zo heb je de hele avond licht zonder eraan te denken. Fijn voor sfeer en oriëntatie, bijvoorbeeld langs een pad of bij de voordeur.
Of allebei tegelijk
Sommige lampen combineren de twee: overdag uit, 's avonds zacht aan, en feller zodra er beweging is. Zo heb je sfeer én veiligheid, en spaar je toch de accu bij solarlampen. Dat sluit mooi aan op hoe solar verlichting werkt.
Welke kies je?
- Voor veiligheid en zuinig gebruik: een bewegingssensor. Licht alleen als er iemand is.
- Voor sfeer en oriëntatie de hele avond: een schemersensor. Licht van zonsondergang tot zonsopgang.
- Voor het beste van twee werelden: een combinatie van beide.
Wat wij aanraden
Denk na over de plek. Bij de voordeur, oprit of achterom is een bewegingssensor vaak het handigst. Langs een tuinpad of voor sfeer kies je een schemersensor. Bekijk voor sensorlampen bij entree en gevel onze wandlampen voor buiten, en voor het pad onze tuinpadverlichting.