Een goed verlichte tuin voelt niet alleen fijn, hij schrikt ook ongewenst bezoek af. Inbrekers houden van donker en onzichtbaar; plots licht is precies wat ze niet willen. Met sensorlampen op de juiste plekken maak je je tuin een stuk veiliger.
Waarom licht afschrikt
Donkere, uit het zicht liggende hoeken zijn aantrekkelijk voor een inbreker. Een lamp die plots aanslaat als er iemand komt, verrast en trekt de aandacht van buren en voorbijgangers. Dat maakt jouw huis een minder makkelijk doelwit.
Waar plaats je sensorlampen?
- Bij de achterdeur en de zijkant van het huis, uit het zicht van de straat.
- Langs de oprit en bij de schuur of berging.
- In donkere hoeken en bij ramen op de begane grond.
De bewegingssensor is de sleutel
Een bewegingssensor laat de lamp alleen aan gaan als er beweging is, en daarna vanzelf weer uit. Dat verrast, spaart energie en laat bij solarlampen de accu langer meegaan. Het verschil met een schemersensor lees je in bewegingssensor of schemersensor.
Waar let je op?
Kies genoeg lumen zodat je echt zicht hebt, en hang de lamp op zon 2 meter hoogte voor een goed detectiebereik. Let op de waterbestendigheid, want de lamp hangt buiten; zie welke buitenlamp écht waterdicht is.
Wat wij aanraden
Zet sensorlampen op de plekken die uit het zicht liggen: achterom, de zijkant en bij de schuur. Kies genoeg lumen en hang ze rond 2 meter hoog. Meer over paden, oprit en veiligheid lees je in tuinpad, oprit en veilig thuiskomen. Bekijk onze wandlampen voor buiten.























